Historie

1928-1940: Groei tegen de verdrukking in
Voetbaltermen als penalty, corner, off-side wijzen er op, dat de voetbalsport afkomstig is uit Engeland. Begin van deze eeuw bracht Pim Mulier dit spel mee vanuit de andere zijde van de Noordzee. Ook in Alblasserdam trapten de jongens al tegen een balletje in het jaar 1916. Op 21 oktober van dat jaar werd de Alblasserdamse Footballclub (A.F.C). Gespeeld werd er op het "Stoep", de huidige Haven en later nog op de "Steenplaats", het terrein waar nu Nedstaal B.V. de voormalige "Kabel" staat. Het opspuiten van dit terrein betekende het einde van A.F.C.


Rond het jaar 1926 werd al gespeeld. Op de foto o.a. B. van Engelen, P. Bas en C. Beenhakker


"Alblasserdamsche Footballclub" A. F. C.

Daarna werd er wat "wild" gevoetbald in diverse clubjes. Op 7 mei 1928 staken deze clubjes de hoofden eens bij elkaar om te komen tot een echte voetbalvereniging. Op deze bijeenkomst werd de basis gelegd voor de nu bijna 90 jaar oude voetbal vereniging Alblasserdam.

Oorspronkelijk heette de club "Ajax" maar eenmaal toegetreden tot de K.N.V.B. moest van naam worden veranderd omdat er al een "Ajax" was. Het eerste terrein lag bij de "blauwe tent", een tent waarin Jan Smit zijn alcoholvrije scepter zwaaide. De oudjes weten dat nog wel! "IJs van Smit waar vanille in zit". De bouw van de verkeersbrug leidde de eerste terreinverandering in en hiermee begon voor Alblasserdam het zigeunerleven. Van hot naar her, van terrein naar terrein. Alles met eigen kracht en eigen geld, want de gemeente was tegen Zondagssport en zag deze "zedenbedervers" liefst maar zo vlug mogelijk op de fles gaan.

Om dit te bewerkstelligen werd verboden om entree te heffen. Het bestuur loste dit destijds handig op door iedere bezoeker donateur te maken. Dat bijvoorbeeld bij wedstrijden tegen I.F.C. van Hendrik Ido Ambacht zo'n 1300 mensen een fijne zondag hadden interesseerde de notabelen totaal niet!

Er werd zelfs procesverbaal opgemaakt en het bestuur, vertegenwoordigd door Kees Ligthart. moest voor het Kantongerecht te Ridderkerk verschijnen. De advocaat Twelker van de K.N.V.B. bepleitte vrijspraak en dat lukte. De kantonrechter van Voorst Vader bepaalde echter wel dat er voor moest worden gezorgd dat die "Sabbatsschenderij" niet meer vanaf de open bare weg kon worden gezien. Dus ging vv Alblasserdam "achter de gordijnen".


"Achter de gordijnen". Iedere zondagmorgen moest het gehele veld worden omrasterd, omdat voetbal in Alblasserdam door de kantonrechter in 1928 slechts was toegestaan indien metn dit niet vanaf de openbare weg zou kunnen volgen.

Bij de Blauwe tent, 1928.


"Achter de gordijnen".

Een tijdperk, waarin mannen als Kees Ligthart, Jo de Bruin, Teus Verhoeven, Fr. 't Hoen, Hannes Bas, Kees Gaal, Kees de Keizer en vele anderen veel, heel veel pionierswerk hebben verricht. Tegen de verdrukking in een vooral ook door "het werkloos zijn" van de meeste inwoners in Alblasserdam van 1933 tot 1938 groeide onze vereniging, en wist men langzaam maar zeker de overheid te overtuigen, dat sport zou kunnen bijdragen tot een beter sociaal en maatschappelijk leven.

Het was in de jaren 30 moeilijk m capabele mensen te vinden om een vereniging te besturen.
De eerste secretaris de heer Keyezer moest zelfs de sollicitatiebrieven voor de voetballers schrijven, omdat het goed hanteren van de pen voor weinigen was weggelegd.
Spannende wedstrijden werden gespeeld tegen Merweboys, Merwesteyn, O.D.S., Emma, de lagere elftallen van D.F.C. en Fluks in de zgn. Dordtse Voetbalbond. In Dordrecht werd gespeeld op de Zeehavenlaan en aan de Oranjelaan. Op Zondag-morgen moest men al om 9 uur aantreden, wat betekende dat de reis reeds om 8 uur per fiets vanaf de Kapperszaak van Jo de Bruin moest worden aanvaard. Toppers uit die periode waren de wedstrijden tegen I.F.C. en Papendrecht. Zo'n 1300 inwoners omzoomden het veld!


Bouwers van het eerste uur"


1940-1945: De oorlogsjaren
De oorlogsjaren waren voor de inwoners van ons land "zware tijden". Geen eten, deportatie van vele familieleden naar Duitsland, angst voor het oorlogsgeweld enz. waren van dien aard dat het bedrijven van sport naar de achtergrond werd gedreven.Toch waren er nog prestaties te melden. Aan het einde van het seizoen 1940-1941 werd ons le elftal kampioen van de Afd. Dordrecht en kwam in de grote K.N.V.B. Onder zeer grote belangstelling werd op onze oprichtingsdatum 7 Mei 1944 via 2 wedstrijden tegen Hermandad (thuis een 4-2 overwinning, uit een 2-2 gelijk-spel) promotie naar de 3e klas K.N.V.B. bereikt. De reis naar Rotterdam moest zelfs 2x worden gemaakt, omdat door een communicatiestoornis ons niet was mede-gedeeld dat de wedstrijd was uitgesteld. Voor de 2e maal werd de reis gemaakt met een afgeladen raderboot van de Fop Smit. Niet minder dan 800 toeschouwers (1 op de 8 Alblasserdammers) togen naar Rotterdam.

Ouwe Willem voor zijn 600ste wedstriid gehuldigd door Burg. Looy.


1945-1950: Werken aan de wederopbouw
Dit waren voor ons land de jaren van de wederopbouw. Zo ook voor onze vereniging. Na de aftocht van onze bezetters moesten we eerst alles inventariseren, ons veld was door de Duitsers totaal vernield. Langs de huidige oprit van de Rijksweg naar ons centrum lag een stuk grond waarvan met "kruiwagen en schop" en man-kracht, een voetbalveld werd gemaakt.

Het Bestuur dat was samengesteld uit J.de Graaf (voorzitter); A.A. Broekzitter (secretaris); J. Slotboom, J.de Bruin, A. Florusse, C. Ligthart, F.'t Hoen, (penningmeester), stond voor enorme problemen.
Geen schoeisel, geen kleding, geen vervoer, slechts door gezamenlijke inspanning en veel clubliefde kwam het verenigingswerk op gang.
Een van de eerste taken was de oprichting op 17 Oktober 1945 van een afdeling atletiek. Een speciale commissie bestaande uit A.de Bruin, W. Martens,
J. de Groot, A.van Homoet en C. Risseeuw wist te bewerkstelligen dat de moeder aller sporten, vaste voet aan de grond kreeg. Gezien de "grootte" van onze huidige atletiekafdeling is dit een goed besluit geweest.
"Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst" was voor het bestuur in deze jaren ook een begrip. Met alle energie werd het jeugdwerk ter hand genomen. A. Florusse, P.v. Steenis, T. KnuistingNeven, G. Visser, A.de Bruin, en A. Lahee startten met 22 junioren opnieuw. Vooral het vervoer was een probleem. De nu "bijna bejaarden" zullen zich de bellenwagen van Albert den Boer nog goed kunnen herinneren, evenals ons 3 daagse uitstapje naar Amsterdam, waar wij speelden tegen de Meteoor in broekjes uit "meelzakken".
Sportief gezien bleek het moeilijk om ons te handhaven in de 3e klas. Grote inspanningen waren nodig, doch helaas na het seizoen 1948/1949 moesten we een trapje lager in de 4e klas verder. Ook moesten we in 1948 "Korea" (het veld langs de Rijksweg) weer verlaten en kwamen we weer bij de Watertoren terecht.
Het oude nest moest worden opgeknapt. Kosten f 10.000,00. De directeur van Nedstaal (toen N.K.F.) leende ons dit bedrag a 4% rente, evenwel met de gedachte, dat dit geld nooit terug zou komen. Verkeerd gedacht, want binnen 6 jaar waren wij onze voor die tijd zeer grote schuld kwijt, dank zij oud papier, vooral ook van de N.K.F. zelf.
In deze periode was er hier zoveel werk, dat uit de provincies Groningen en Drente vele gezinnen in Alblasserdam kwamen wonen. Onze clubarts Dr. van Weering zelf Groninger van geboorte werd natuurlijk "hun dokter". De beste medicijn, die hij maar voor kon schrijven was het lidmaatschap van de V. & A.V. Alblasserdam
In groten getale kwamen eerst de vaders en daarna de zoons onze club versterken. Vooral onze jeugdafdeling groeide als kool.


Bestuur eerste elftal bij de opening van ons "Wederom nieuwe veld" in 1948. Dit clubgebouw wist Burg. Looij uit het vijandelijk Duits vermogen voor ons los te krijgen voor 900 gulden

1950-1955: Steun van de industrie
Het bestuur stond voor de taak om deze enorme toename van leden, vooral jeugdleden, met een veld op te vangen. Een bijna onmogelijke taak. De overheid sloot nog steeds haar ogen voor dit grote maatschappelijke probleem.
In 1953 (1 februari) voltrok zich de grote ramp. De dijken bezweken en Alblas-serdam kwam voor 2/3 gedeelte "onder water". Ook ons veld was ondergelopen. Wedstrijden spelen, maar ook trainen was niet meer mogelijk. Mede dank zij onze atletiekafdeling kon in het gymnastieklokaal in de Lelsstraat worden getraind en met succes. Na een fantastische eindsprint werden we kampioen en via 2 pro-motiewedstrijden tegen Tonegido (thuis 5-2), uit 2-2 werden we op 21 juni 1953 3e klasser. Ook kon gelijktijdig ons 25 jarig jubileum worden gevierd.
De industrie bleek meer begrip te hebben voor een leefbaar woonklimaat als de toenmalige gemeentebestuurders.
Via de industriele steun kwam het jaarlijkse "zilveren schild"-toernooi tot stand.
Na vele jaren is dit schild tenslotte door het 5x in totaal te winnen in handen van Alblasserdam terecht gekomen. Veel steun ook in andere vormen ontving de vereniging van deze commissie.
In deze jaren richtte A. Ooms de Toto op. Een gebeurtenis, die de vereniging 'gouden eieren' heeft bezorgd. Ook de atletiekafdeling maakte furore. De Ronde van Alblasserdam werd een feit. Een groot atleet was Wim Bravenboer, die op de lange afstand een van de beste atleten van Nederland werd. Door de slechte accommodatie bleef de belangstel-ling klein voor deze mooie sport.


1955-1960: Eindelijk erkenning
In de boezem van ons gemeentebestuur, geleid door burgemeester Looy, ontstonden in de vijftiger jaren plannen voor de aanleg van een sportpark voor de veldsporten. De realisering van dit plan, in 1960, bracht "Alblasserdam" ineens vele stappen vooruit. Drie velden en een nieuwe kleedaccommodatie voorzien van een flinke kantine met keuken!

Opening sportpark "Souburgh" door de commissaris der Koningin.

Toch was ook nu nog de stem van de nestor van de gemeenteraad nl. de stem van de oude Leen Smit, nodig om dit sportpark op zondag to gaan bespelen. Dankzij deze "ouwe zeerob" kwam de toestemming met zeven tegen zes stemmen tot stand.

De erehaag bij de opening.

Het toenemende ledental zorgde ervoor dat onze vereniging in diverse lagen van de bevolking een betere klank kreeg. Zo werden de eerste schoolsportwedstrijden gehouden. Sportuitwisselingen met binnen- en buitenlandse verenigingen stonden op het programma.
De druk op het Gemeentebestuur werd steeds groter om onze vereniging van nieuwe velden te voorzien.
Op 20 mei 1958 werd een oprichtingsvergadering gehouden om te komen tot een Zaterdagafdeling. Het seizoen 1958/59 werd reeds met 2 elftallen aan de competitie deelgenomen.
Eerst moesten echter in 1959 verkiezingen worden gehouden om de verhoudingen in de Gemeenteraad te wijzigen. Hoewel er reeds een jaar op Zondag op Souburgh werd getennist sprak de raadsvergadering zich op 30 Juni 1960 met 7-6 uit voor de bespeling van het reeds aangelegde sportpark door onze vereniging.


1960-1965: Successen dankzij sportpark
27 Augustus werd dit nog steeds zeer fraaie sportpark door de commissaris van de Koningin Mr. Klaaszens geopend.
Wat een weelde. 3 Voetbalvelden en voor die tijd grote cantine met 4 kleedkamers. Een grote verandering, die aan het bestuur, dat in 1960 onder deskundige leiding kwam van E.M. Horden, veel meer armslag gaf. Een van de eerste besluiten was de Zaterdagafdeling uit te breiden en de bestaande afdelingen meer wedstrijden te laten organiseren. Dit kwam de prestaties ten goede. Vooral in de breedte werden grote vorderingen geboekt. Ons 2e elftal werd in Mei 1962 kampioen van de afd. Dordrecht van de K.N.V.B. Onze A-jeugd promoveerde naar de Regionale Afdeling en kwamen clubs als A.D.O., Feyenoord en Sparta naar Souburgh. Dit had wel tot gevolg dat wij ons grote talent Kees van Kooten over zagen gaan naar H.D.V.S. Erik Detiger naar E.B.O.H. en later Kees Zwamborn via Fort.Vlaardingen naar Ajax. Vooral de prestatie van Kees van Kooten dwingt bewondering of als men bedenkt dat hij op 30-jarige leeftijd nog goed werd bevonden voor het Nederlands elftal.


Ons roemruchte A1-elftal. Midvoor Kees van Kooten zou op 30-jarige leeftijd nog in het Ned. Elftal worden gekozen. Dit elftal speelde regionaal met Feynoord-A1, Sparta A1 en andere teams.

1965-1970: Een bruisende vereniging
Niet alleen de prestaties bleven stijgen, ook het ledental en daarmede parallel lopend ook de activiteiten. Steeds meedraaiend in de top gelukte het ons 1e Zondagelftal, wederom in een jubileumjaar kampioen te worden na een zeer enerverende wedstrijd tegen Slikkerveer. Na een 2-0 achterstand werd deze "om-nooit-te-vergeten" wedstrijd met 3-2 gewonnen. Alle 3 doelpunten werden gescoord door Tonny van Tol.


Bij het behalen van het tweede klasserschap in 1968 bood Feyenoord ons aan een voorwedstrijd te spelen in de Kuip. Daarna waren de spelers en het bestuur te gast bij de wedstrijd Feyenoord-FC Groningen.



Dit glorieuze resultaat werd op naam geschreven van Bas v. Schagen, Hans Kroeze, Joop de Vries, Peter Visser, Wout Plaisier, Piet Tinis, Jan Slavenburg, Jan Roodnat, Erik Detiger, Wim v.'t Hof, Be Vos, Ton van Tol en Bram Smit. Trainer was Cas Wegman en grensrechter A. Looyen. Veteranentournooien en drukke sportuitwisselingen waren niet weg te denken. Een bruisend verenigingsleven wat ook tot uiting kwam in diverse evenementen en festiviteiten. In 1967 werd in de Manege de le bazar gehouden.


Wereldkampioene schaatsen Stien Kaiser en Olympisch Zilver-winnares Carry Geyssen bezochten in 1967 onze grote bazar in de Manege. Dit evenement trok 1300 toeschouwers. At de Bruin (rechts) en Kees Beenhakker (nog net zicht-baar) overhandigen de da­mes een bloemetje

Toenmalige wereldkampioene schaatsen kwam een daagje near Alblasserdam met haar vriendin Carry Geyssen. Zij bezochten met nog 1300 bezoekers deze grandioze bazar, die in 1968 nog eens werd herhaald in aanwezigheid van Anton Geesink, de toenmalige wereldkampioen Judo. Vele sporthelden als Gerda Kraan (wereldkampioene 800 m hardlopen), Kees Verkerk (wereldkampioen schaatsen) en 't oude Nederlands elftal wisten de weg naar Souburgh te vinden.
Op grootse wijze werd in 1968 het 40 jarig bestaan in de Wipmolen gevierd. Connie Vink zette toen als aankomende ster de zaal op stelten. 
7 Augustus 1970 werd onze damesafdeling opgericht en ook dit is een zeer goed besluit geweest. Na 18 jaar bezitten we een aktieve damesafdeling.


Ons eerste dameselftal met hun "vader-trainer" J. Beenhakker en begeleider A. van Dieren. De oprichting van een dameselftal bleek een "gou-den greep" te zijn geweest.

1970-1975: Een professioneel clubgebouw
Tussentijds was op Souburgh eerst de overdekte tribune tot stand gekomen. Het grote aantal toeschouwers (tegen Unitas zelfs 3000) noodzaakte het bestuur plannen te maken voor een staan-tribune. Dit werd door een aantal vrijwilligers en medewerking van de industrie verwezenlijkt. De degradatie van Zondag 1 op 27 mei 1973 was wel een teleurstelling, doch met vereende krachten werd dit goed opgevangen. 
Nog een groot ideaal stond ons voor ogen. Een nieuw clubgebouw. De heer Horden, die voor de vereniging van enorme betekenis is geweest gaf te kennen zich terug te trekken. Hij werd terstond tot Ere-voorzitter benoemd. B. Verhoeven nam de leiding over en hoe.... Hij beet zich direct vast in de nieuwbouwplannen en al vrij spoedig werd een bouwcommissie gevonden, die de zaken, zowel op financieel als op technisch gebied professioneel aanpakte. 1 november 1974 werd door Opa van 't Hof de eerste paal in de grond gestampt. Dit heiwerk werd zelfs in eigen beheer genomen. Met de aannemer werd een "open begroting" samengesteld, met dien verstande dat elk onderdeel van de bouw, waar de bouwcommissie mogelijkheden zag, dit zelf te verwezenlijken, het zelf ter hand werd genomen. Uiteindelijk bleek later, dat de aannemer bijna alleen het casco heeft gebouwd. Gaarne zouden we hier namen noemen, maar de zelfwerkzaamheid, en het aantal mede-werkers en medewerksters was zo groot, dat dit niet mogelijk is. Alleen al uit het feit, dat men pas tot de medewerkers werd gerekend als men 40 uur had gewerkt blijkt dat deze "krachtexplosie" onvoorstelbaar is geweest. 1 Februari 1975 werd door de huidige le elftalspeler Harry Kersbergen de le steen gelegd en 13 September 1975 was het karwei geklaard. 
Akties als vissen, Rad van Avontuur, oliebollen verkoop, verloting (1000 loten f 48,00 per stuk) en zelfs een bokswedstrijd in een uitverkochte sporthal zorgden voor een gezonde financiele basis.

De opening op 13 september 1975.


De "overdekte" 


De staantribune, door de leden gemaakt.



Accommodatie 1975

Jeugdvoetbal
Omstreeks 1936 waren de junioren (we hadden maar 1 elftal) al geduchte tegenstanders. Geen wonder, daarin speelden de grote voetbal-helden van "later", zoals Wim van 't Hof, Arie en Teunis van Asperen, Janus Stoppelenburg e.a. In Dordrecht dachten ze wel dat alleen de junioren van D.F.C. maar kampioen van Dordt konden worden, maar de vulpotloden gingen reeds in de dertiger jaren als kampioenscadeau een keer naar Alblasserdam. Zoals gezegd was er maar 1 elftal, doch er waren meestal 14 of 15 jongens. Al kon je nu minder goed voetballen, dat gaf niet. Als je maar een fiets had mocht je met een uitwedstrijd meedoen, want dan kon er een "goeie" achterop zitten. 

Eind jaren zeventig ging men niet meer met de fiets maar zag je het A-elftal met zware brommers vertrekken vanaf de Dam.


Junioren omstreeks 1928

Voor we echter deze welvaart hadden bereikt was er nogal wat gebeurd. Zo kwamen de oorlogsjaren. Schoenen en textiel waren op de bon, laat staan voetbalschoenen en shirts. We bleven spelen, al was het op een slof en een oude voetbalschoen.

Maar ook hieraan kwam een einde. In 1945 konden we zeggen: "Er zat 5 jaar de mot in, maar nu komt er schot in". Ja dat schot moest uit een Amerikaanse legerschoen komen, want voetbalschoenen waren dingen die nog tot de "luxe" behoorden.

Met veel moeite werden links en rechts oude shirts via een verfbad tot donkerblauw omgetoverd en uit meelzakken kwamen witte broekjes tevoorschijn!

"Broeken uit meelzakken'".

Zo werd gestart voor de 1e na-oorlogse competitie. Natuurlijk zoveel mogelijk met clubs uit de directe omgeving. Naar Zwijndrecht ging het met de "bellenwagen" met Albert de Boer aan het stuur. 't Was wel een belevenis, al hotsend en zingende, dergelijke reizen te maken.

Vooruitstrevend was Alblasserdam toen ook reeds. De heer Florusse gesteund door de heren Steenis, Knuistingneven, Labee en G. Visser vormden de 1e jeugdcommissie. Het was jammer dat na korte tijd de heren Florusse en Labee zich buiten de gemeente vestigden, waardoor de overige leden zich al direkt voor grote moeilijkheden zagen geplaatst. Mijn ervaringen als jeugdspeler deden mij besluiten om zo goed mogelijk de jeugd te gaan dienen, niet alleen op het veld, doch vooral aandacht te gaan besteden aan de opvoeding in sportverband.

Dank zij de grote steun van velen en vooral ook van het toenmalige bestuur konden we een plan maken hoe we de jeugd zouden aanpakken.


Prijsuitreiking juniorentournooi door de heer A. Florusse

Onze eerste gedachten gingen uit om na de competitie veel aan toernooiwerk te doen. Dit is tot op heden altijd zo gebleven. Een bewijs, dat we de goede weg hadden gekozen. Dit werk groeide in de loop der jaren uit tot meerdaagse sportuitwisselingen, zowel in binnen- als in buitenland.
Wie herinnert zich nog de reizen naar Meteoor, Velp, Sneek, Zwartemeer, om maar niet te spreken van Denemarken, Duitsland en Oostenrijk. Vooral ook de ontvangsten van Engelse, Deense, Belgische en Duitse verenigingen waren hoogtepunten in ons bestaan. Wat een vreugde hebben we beleefd bij de opening van ons mooie sportpark. Niet minder dan 90 buitenlandse jongens waren bij onze leden "met gemak" ondergebracht. Onze oudere leden waardeerden ons werk bijzonder. Akties voor de jeugd waren altijd succesvol. Klaverjassen, dansen, oliebollen-verkoop, noem maar op, steeds "dokten" de "oudjes" voor de "jonkies".

Juist door deze gezamenlijke inspanning werd het jeugdwerk veel meer naar buiten gebracht, waardoor niet alleen de ouders, maar ook de gemeentelijke instanties, veel meer begrip konden opbrengen voor ons jeugdwerk. Mocht aanvankelijk ons schoolvoetbaltoerrnooi nog maar weinig genade vinden in de ogen van diverse schoolbesturen, zelfs niet bij onze eigen K.N.V.B., al heel gauw bleek dat wij ook in deze sector, dank zij onze correcte houding jegens anders-denkenden, ook daar steeds meer vertrouwen kregen. 

De knollentuin bij de Watertoren.

Pupillenelftal 1965

Jeugd 1968 - 1978
De jaren '70 binnen een jeugdafdeling kenmerken zich door het feit, dat de jeugd wordt afgeschilderd als moeilijk en zo heel anders dan vroeger.
Uiteraard is het moeilijk, om zonder oorlog meegemaakt te hebben, het begrip honger op zijn juiste waarde te schatten. Zo zal men ook geneigd zijn, met lets dat met eigen handen is opgebouwd, zorgvuldiger om te gaan, dan met lets dat door anderen is opgebouwd. Maar tussen minder zorgvuldig omgaan en vernielen ligt nog een hele weg.

A1 gesponsord door het bedrijfsleven



Veteranenwedstrijden 1965.


Ons oude home  1960 - 1975.



Sportuitwisseling met Bielefeld



De eerste bazar in 1967. Stien Kaiser en Carry Geijssen op bezoek.







1986: ondanks een 1-0 nederlaag tegen OSS kont het kampioenschap van de vierde klasse KNVB worden gevierd (Zondagafdeling). Leerdam Sport en 's-Gravendeel speel namelijk gelijk (3-3). De oude vertrouwde derde klas was weer bereikt.


























Met prestatiesport zijn we altijd bescheiden, maar met feesten zouden we zeker tot de eredivisie gerekend kunnen worden.






Na de zeskamp van de damestrimploeg wacht Jan de Bakker, voor deze keer Jan de Kok, de dames op met een "Iekker hapje" om de verloren pondjes weer terug te krijgen.




Eerste elftal zaterdagafdeling































Fotoalbum historie vv Alblasserdam
Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!